Auke Visser´s ESSO Tankvaart Mij. Site     |   home
ETM-nieuwtjes uit de Essofoon
Essofoon - 4e jaargang 1958 Nrs 1 - 6
Only in Dutch.

Essofoon - 4e jaargang 1958 (12 nummers).
No. 1 - Januari 1958

Voorpagina Foto : De "Esso Nederland 61" varend 1958 tegemoet.

Kapitein C. Prins met pensioen.
Of oud-gezagvoerder C. Prins lid van de (vis)Club van Honderd is, weten wij niet. Aan het gebaar, waarmee hij hier kracht bijzet
aan zijn beweringen in cm gesprek met president-directeur C. R. Smit, zou men het wel zeggen. Er viel in ieder geval veel te ver-
tellen op het afscheid dat de heer Prins eind december j l. nam en er waren er velen die hem de hand kwamen drukken. Kapitein
Prins heeft zich inmiddels in liet Engelse Huil gevestigd. Dochter Tineke Prins (ook op deze foto) bleef in Den Haag, waar zij
werkt op de schrijfkamer HK.
Bij het afscheid van kapitein Prins waren er behalve vele belangstellenden en vele handdrukken ook tal van geschenken, waaronder
dit fraaie schilderij van de Esso Amsterdam. Op de oude en de nieuwe „Amsterdam" lagen immers de meeste jaren, die de heer
Prins onze maatschappij heeft gediend. Van zijn belevenissen in die jaren kunt U in het mei-nummer van de Essobron een artikel
verwachten.

"ESSO NEDERLAND 103".
Bij de Scheepswerf De Hoop in Schiedam werd begin januari wederom een zijdelingse stapelloop verricht. Ditmaal was
het de Esso Nederland 103 die aan haar element werd toevertrouwd, nadat zij was gedoopt door mevrouw Mandemaker,
echtgenote van technisch specialist Mandemaker van Inland Transportation. De tewaterlating was trouwens een geheel
vrouwelijke aangelegenheid, want namens de werf voerde de echtgenote van werf-directeur Klein Hesselink het woord.
De 103 meet 60 ton en is bestemd voor de levering van gasolie in het noordoosten des lands.

"ESSO NEDERLAND 102".
Enkele weken voor de tewaterlating van haar zusje de 103, werd op de Nieuwe Waterweg, tegenover de Tankinstallatie, de Esso
Nederland 102 overgenomen van de Scheepswerf De Hoop. Hef gebeurde na de gebruikelijke technische proef-raarf. De 102 is
een bijzonder fraai patrouillevaartuig, een snelloper met leuke technische snufjes en een prachtige roef, waar het voor schipper
(E. Romein) en matroos (T. Dohbe) goed vertoeven is. De foto's tonen de 102 op de Waterweg en het moment waarop het schip
van vlag en eigenaar verwisselde.

No. 2 - Februari 1958

Hoe groot zijn onze schepen nu eigenlijk ?

                        

Een varend schip is weliswaar een inte ressante, maar op zee toch eigenlijk ook weinig opvallende verschijning. De massa staal
die door de mens in een vervoermiddel voor zichzelf of materi alen is omgevormd, betekent op zee slechts een nietigheid in ver-
gelijking tot de omgeving.
Om de grootte van zeeschepen duide lijker aan te geven, vergelijkt men ze wel met voorwerpen of grootheden aan de wal. Zo zou
men van onze Esso Nederland, tot nog toe onze grootste en modernste tanker, kunnen zeggen dat haar lengte van 191 meter
overeenkomt met die van 8 tennisbanen achter elkaar. Bij een breedte van 25 meter, die de Esso Nederland voor het grootste deel
heeft, kan men op het dek oppervlak dus ruim 20 tennisbanen afzetten. Als men ons vlaggeschip in een straat zou zetten, zou de
top van de radaran-tenne ongeveer ter hoogte van de 9e verdieping van een torenflat komen. Doch duidelijker en eerlijker dan met
zulke vergelijkingen krijgt men een indruk van de omvang van super-tankers als men de totale massa van het schip beziet.
De totale massa is een grootheid die nog wel eens over het hoofd wordt gezien. Toch is het de enige grootheid waarmede men tot
een juiste vergelijking kan komen tussen tankers en koopvaardijschepen, waarover wij zo dikwijls cijfers in de kranten aantreffen.
Bij tankers spreekt men altijd van de „Deadweight Tonnage", afgekort tot DWT. Daarmede wordt het aantal „long tons" bedoeld, dat
het schip kan vervoeren wanneer het volledig is geladen. Een „long ton" komt overeen met 2240 Engelse ponden of ruim 1016 kg.
Bij de DWT wordt het gewicht van het schip zelf niet in rekening gebracht.
De som van de DWT en het eigen gewicht van het uitgeruste schip vormt de zo genaamde „loaded displacement", dat wil zeggen de
watervcrplaat-sing bij volle belading. Deze „loaded displacement" nu geeft wél een juiste indruk van de totale massa van het schip en
vormt een goede vergelijkings-eenheid.
De waterverplaatsing van 's werelds grootste passagierschip, de Queen Elisabeth, bedraagt 72.200 ton; die van het grootste vliegtuig-
moederschip ter wereld, de Forrestal van de Amerikaanse marine, 75.900 ton. De,,loaded displacement" van 's werelds grootste
tankers in aanbouw, die van 100.000 DWT, welke in Japan en Duitsland worden gebouwd, zal echter niet minder dan 140.000 ton be-
dragen en dus bijna twee maal zo veel zijn als die van de Queen Elisabeth.
Nu behoeven wc voor onze eigen vloot van de Esso Tankvaart Maatschappij nog geen rekening te houden met dergelijke astrono-
mische getallen. Maar de ongeveer 47.000 DW-Tonnage van onze Esso Z, die Verolme zal bouwen, betekent toch altijd nog een
„loaded displacement" van 62.000 ton, of wel een kwart minder dan de waterverplaatsing van de Forrestal. En zelfs de „loaded dis-
placement" van onze Esso X en Esso Y, die beide een DWT van circa 36.000 ton zullen krijgen, zal bijna 50.000 ton bedragen en
daarmee ongeveer gelijk staan aan die van het Amerikaanse passagierschip, de United Statcs, dat als snelste schip ter wereld
nu al jaren lang de Blauwe Wimpel mag voeren. De X en de Y zullen een aanzienlijk grotere waterverplaatsing hebben dan schepen
als de Ile de France en onze Nieuw Amsterdam.
Onze s.s. Esso Nederland heeft een „loaded displacement" van 35.000 ton en gaat daarmee passagierschepen als de Willem Ruys
en de Oranje voorbij, terwijl de goede ouwe T2' ers als de Esso Den Haag, Rotterdam en Amsterdam met een waterverplaatsing van
ruim 20.000 ton altijd nog vele koopvaardijschepen voorbijstreven.

ESSO NEDERLAND 66.
Zonder doopceremonieel, maar wel op een bijzondere wijze, werd op 27 januari j. l. bij de werf Mels te Papendrecht de Esso Neder-
land 66 te water gezet. U herinnert zich ongetwijfeld deze foto, die wij vorig jaar maakten bij de identieke tewaterlating van de Esso
Nederland 65. Welnu, het zusterschip de 66 - van 442 ton en het 57ste schip van onze binnenvloot - werd eveneens met behulp van
twee bokken aan zijn element toevertrouwd. Het schip zal worden afgebouwd door de werf Piet Hein, eveneens te Papendrecht.

Van de tankvloot :
In dienst getreden :
s.s. Esso Nederland R. J. van Leeuwen, leerling stuurman
P. L. Tophoven, ass. werktuigkundige
s.s. Esso Den Haag P. A. Mouton, ass. werktuigkundige
s:s. Esso Rotterdam W. A. de Zoete, ass. werktuigkundige
Vertrokken :
s.s. Esso Rotterdam J. van der Reijden, 4e stuurman
Service Buttons :
14.1.1958 C. Bel, s.s. Esso Nederland
21.1.1958 H. Jansen, s.s. Esso Nederland
25.2.1958 J. P. Stoutjesdijk, s.s. Esso Nederland

Tijdelijk uit de vaart.

Zoals U waarschijnlijk reeds in de dagbladen heeft gelezen, werd op 6 februari j.l. door de Directie besloten dat twee der schepen
van onze dochteronderneming, de Esso Tankvaart Maatschappij N.V., tijdelijk- voor een periode van omstreeks een half jaar - uit de
vaart zouden worden genomen. Het betreft hier twee van onze T-2 tankers (16.000 DWT), de „Esso Rotterdam" en de „Esso Den
Haag". Aan het besluit is voor wat betreft de „Esso Rotterdam" reeds uitvoering gegeven; de „Esso Den Haag" zal dezer dagen in
Rotterdam arriveren. Beide schepen hebben in de afgelopen maanden reeds met verminderde snelheid dienst gedaan, teneinde het
al enige tijd bestaande overschot aan tonnage in bedrijf te kunnen houden. Dit overschot is een gevolg van het teruglopen der vervoers-
behoeften, een feit dat ook overal elders in de wereld de tankvaart heeft beïnvloed en tot oplegging van schepen heeft geleid. Daar-
naast was de vermindering van onze vervoersbehoefte het gevolg van de grote stijging in de produktie van de Nederlandse Aardolie
Maatschappij (N.A.M.), waarvan, zoals U weet, aan onze maatschappij als dochteronderneming van de Standard Oil Company
(New Jersey) 50% ten goede komt.
Het tijdelijk uit de vaart nemen van beide tankers kwam in zoverre gunstig uit, dat beide schepen juist dit jaar aan hun grote onder-
houdsbeurt toe waren. De „Esso Rotterdam" was begin februari reeds in Rotterdam gearriveerd en ligt thans bij Wilton Feyenoord
in dok. Het grote onderhoud vergt voor ieder schip circa 3 maanden. Het corps officieren van beide schepen blijft, voor zoverre zij
zelf niet anders besluiten, in dienst van de maatschappij. Uiteraard werd het besluit tot oplegging der schepen slechts node ge-
nomen en in het vertrouwen dat het slechts van beperkte duur zal zijn. Tenslotte willen wij niet nalaten te vermelden dat de Directie
thans geen wijzigingen voorziet in het nieuwbouw programma van de Esso X, IJ en Z.

No. 3 - Maart 1958

Esso Nederland 103.
Van de werf De Hoop te Schiedam werd eind februari de Esso Nederland 103 na een geslaagde proefvaart overgenomen. Het
scheepje is inmiddels in district Noord-Oost ingezet. De foto hierboven toont de EN 103 op de Waterweg bij het Vlaardingse
Delta-hotel.

Van de tankvloot :
In dienst getreden:
s.s. Esso Rotterdam J. Overgauw 4e stuurman
s.s. Esso Amsterdam F. C. de Vries ass. werktuigkundige
Vertrokken :
s.s. Esso Amsterdam J. H. Roeland ass. werktuigkundige
s.s. Esso Rotterdam H. W. Verbeek leerling stuurman

No. 4 - April 1958
 
MAARTEN „gouden" kapitein van de ESSO NEDERLAND 130.
Manager E. A. van Buiren spelde de servicebutton met 4 briljanten op.

Op 3 april j.l. werd in de grote kantine van de Tankinstallatie Rotterdam-Pernis kapitein M. Roukema, beter bekend als Maarten,
in het zonnetje gezet. Daartoe was alle reden, want de volgende dag. Goede Vrijdag, zou de heer Roukema precies 50 jaar in
dienst van onze maatschappij zijn en dienst van onze maatschappij zijn en dat is bepaald geen alledaagse gebeurtenis. Vijftig-
jarige jubilarissen worden steeds zeldzamer en misschien naderen we wel de tijd dat zij helemaal niet meer zullen voorkomen.
De jeugd immers die zoals de heer Roukema destijds, op 12-jarige leeftijd gaat verdienen, bestaat met meer (tegenwoordig moet-
en de jongens 14 en de meisjes 15 jaar oud zijn en bovendien 8 schooljaren hebben doorlopen); daarnaast zal de pensioenge-
rechtigde leeftijd in de toekomst ongetwijfeld omlaag gaan.
Het 50-jarige jubileum van kapitein Roukema valt aldus bezien eens te meer op omdat hij nog niet aan het einde van zijn loopbaan
is. Dat duurt nog 21/2 jaar en bij dat afscheid in het verschiet zal de jubilaris van thans dus helemaal een unieke figuur zijn. Kapitein
Maarten en zijn naaste familie (inclusief de kleinkinderen 11 man sterk) werden dus op 3 april in de feestelijk versierde T.I.R.P.-
kantine ontvangen. Vier sprekers waren er. Als eerste de heer Vreeken, assistent manager, die, tegen gebruik, de fouten van de
jubilaris memoreerde, te weten: een maximale rokers-capaciteit (doch nimmer op verboden plaatsen) en een uitgesproken voor-
keur voor de vrouwelijke passagiers die hij dagelijks tussen Pernis en de Vlaardingse overwal of omgekeerd vervoert. De heer
Vreeken overhandigde een geschenk onder couvert. Manager E. A. van Buiren was de volgende spreker. Hij schilderde Roukema's
carrière bij de maatschappij en bracht gelukwensen over namens de Directie. Hij deed deze vergezeld gaan van de setvice-button
met vier briljanten en van een grote fruitmand. Namens het personeel sprak de heer A. v.d. Windt, die'eveneens een geschenk
onder couvert aanbood, alsmede een wandbord waarop de 50-jange loopbaan symbolisch in beeld was gebracht.  Tenslotte haalde
de heer Sprenger de Roover op geestige wijze, enkele herinneringen op uit het verleden.
Nadat de jubilaris woorden van dank voor alle hulde en geschenken had gesproken, maakten talrijken van de gelegenheid gebruik
hem en zijn familie persoonlijk geluk te wensen. Bij de familie Roukema thuis, in Vlaardingen, was in de tussentijd een televisie-
toestel geplaatst, een verrassing van mevrouw Roukema, die zij inderdaad tot hun thuiskomst na de receptie had kunnen bewaren.
Nog een verrassing ten huize van de jubilaris was op 4 april de komst van de Vlaardingse loco-burgemeester, die hem de bronzen
medaille behorende bij de Orde van Oranje Nassau kon uitreiken. Al met al twee bijzondere dagen in de bijzondere carrière van
deze trouwe collega.
  
Jubilaris en familie op het ere-podium.                                             Een collegiale handdruk van de heer A. v.d. Windt.

900.000 MAAL „Schipper mag ik overvaren?"
Kapitein M. Roukema kwam op 4 april 1908 als de 12-jarige Maarten in dienst van onze maatschappij. „Maarten" is het tot op de
dag van heden gebleven en zeer velen hebben hem vooral als zodanig leren kennen sinds hij in 1932 kapitein werd op de ferry tus-
sen Vlaardingen en de Tankinstallatie. Maarten is daar tussen „Het Hoofd" in Vlaardingen en de pontons van de installatie een be-
grip geworden. Als U op ons gezag (wat wij aan hem zelf ontlenen) aanneemt dat hij in al die jaren gemiddeld 10 X per dag in beide
richtingen de Maas is overgestoken, dan komt U op een totaal van ruim 150.000 van zulke tochtjes. Als U verder aanneemt dat hij
per dag gemiddeld 125 mensen overzet, hetgeen dus neerkomt op 6 mensen per trip, dan betekent een en ander dat Kapitein
Roukema in de loop der jaren niet minder dan 900.000 personen op zijn schip heeft ontvangen. Geen alledaags getal, lijkt ons zo.
De 12-jarige Maarten kwam destijds in dienst bij de plaatwerkerij in de machinefabriek van de A.P.C. Hij werkte in dat prille begin
12 uur per dag tegen een salaris van 3 cent per uur. Zijn eerste promotie was een overplaatsing naar de koperslagerij, doch na twee
jaar loopjongenschap trok zijn hart naar het schip en werd hij knecht op de Zwaluw.
Na de mobilisatie van '14-'18 keerde Roukema op de machinefabriek terug, toen bij de afdeling Scheepsbouw. In 1923 ging hij
definitief naar de binnenvloot, eerst naar het directieschip Mignon. In de periode tot 1932 voer hij in binnen- en buitenland, o.a. en-
kele jaren op een reclameschip dat de maatschappij toen bezat. Zo kon hij zijn aandeel nemen in de service die wij toen verleend-
en aan zulke illustere vliegers-figuren als Balbo, Christiansen, Penso en Madalena. Ook in de watersportcentra was hij een be-
kende figuur. De maatschappij placht daar met een service-schip aanwezig te zijn, deels om onze produkten aan de man te breng-
en, deels ook om de helpende hand te reiken als de watercoureurs al te korte bochten draaiden en kapseisden,
In 1932 kreeg Roukema het schip waarop hij nog altijd vaart, de Esso Nederland 130 thans, vroeger en bij de ouderen nog altijd be-
kend als de Fluks. Een schip met een bijzonder snufje in die dagen, namelijk met een „ingelegd" achterdek dat zou blijven drijven
als het schip onverhoopt mocht zinken. Dat snufje waarvan het nut nimmer is bewezen en waarvan zelfs te bezien staat of het enig
nut bezat, is in de loop der tijd, bij de vele gedaanteverwisselingen die de Fluks onderging, verdwenen.
Van die Fluks is Kapitein Roukema, zoals het de goede kapitein betaamt, gaan houden. „Een best scheepje" - noemt hij het - „met
een karretje als een naaimachien; een lekker brekertje ook als er ijs loopt in de Maas". Nukken en mankementen heeft het zelden
vertoond, al werd het in de oorlog eenmaal bijna in de grond geboord door een al te voort,,varende" Duitse kapitein.
Vraagt men Roukema welke bijzondere dingen hem zijn bijgebleven uit zijn lange varensperiode en wie van zijn 900.000 passagiers
hij nimmer zal vergeten, dan blijft hij het antwoord schuldig. Het opvallendste van die 50 jaar vindt hij nog wel dat het allemaal zo
kort geleden lijkt. Al voegt hij daar onmiddellijk aan toe dat het pensioen over 2^ jaar hem toch wel lokt. „Want ziet U" - zegt hij -
„'t is even goed een flinke lange tijd, vijftig jaar."

    
De Fluks met „drijvend" achterdek.                                                      Kapitein Roukema thans.

„Mede namens mijn vrouw en kinderen betuig ik langs deze weg mijn oprechte dank aan Directie, Superieuren en Collega's voor de
vele blijken van belangstelling die ik heb mogen ondervinden bij mijn Jo-jarig dienstjubileum."            M. Roukema

Esso Nederland 66.
Onze binnenvloot breidt zich gestadig uit. Begin april werd weer een nieuw schip onder Esso-vlag gebracht, namelijk de Esso Neder-
land 66, een motortankschip van 450 ton, bestemd voor het vervoer van stookolie en meer speciaal voor het bunkeren van zeeschepen
in de Rotterdanse haven. Hierboven ziet U een afbeelding van de nieuwe aanwinst, hieronder een handdruk tussen de heren Schram
(van de werf Piet Hein) en Markusse, manager van liet Marine Transportation Department, ter bezegeling van de overname.

Van de tankvloot :
In dienst getreden:
s.s. „Esso Amsterdam" E. P. Remy ass. werktuigkundige
A. G. in 't Veld elektricien
Vertrokken:
s.s. „Esso Amsterdam" W. V. M. Weghorst elektricien
E. F. Krijgsman ass. werktuigkundige
s.s. „Esso Den Haag" J. R. Nauman ass. werktuigkundige
Service Buttons:
10 dienstjaren
12.4.1958 F. J. Louter, met studieverlof
21.4.1958 A. Pardon, s.s. „Esso Den Haag"


No. 5 - Mei 1958
Tijdens de kiellegging van de Esso X.

VLOOT EN RAFFINADERIJ.

Nauw verweven met de verwezenlijking van de Esso Raffinaderij Rotterdam is het bouwprogramma van onze drie toekomstige super-
tankers. Deze schepen immers, zullen straks de aardolie aanvoeren die in onze raffinaderij zal worden verwerkt. Ook bij de verwez-
enlijking van dit scheepsbouwprogramma werd onlangs, en wel op 28 april j.l., een eerste mijlpaal bereikt. Op die dag namelijk heeft
Mr. J. Klaasesz, Commissaris van de Koningin in de provincie Zuid-Holland, bij C. van der Giessen & Zonen's Scheepswerven te
Krimpen a/d IJssel de kiel gelegd voor de Esso X, een supertanker van 35.500 DWT, waarvoor de definitieve naam nog niet is vastge-
steld.
Mr. Klaasesz verrichtte de plechtigheid door het geven van een fluitsignaal aan twee kraandrijvers. Onmiddellijk daarop werd de eerste
kielsectie met een gewicht van 14 ton op zijn plaats gebracht. Als aandenken ontving de Commissaris van de Directie van de werf een
gedenkboek en van onze maatschappij een legpenning met inscriptie, hem aangeboden door de heer H. O. Horstmann. Behalve de
heer Horstmann was ook de heer A. J. Kuselbos namens onze Directie aanwezig, terwijl onze maatschappij voorts •was vertegen-
woordigd door de' heren A. Markusse, S. S. Ulrich en N. Burde. De Esso X wordt ruim 210 meter lang en krijgt een breedte van 27,43
meter. De holte zal ruim 14 meter bedragen. Een stoomturbine-installatie van 18.000 PK zal het schip een snelheid geven van 17
knopen (31 km.).
De tekening hieronder geeft een goed beeld van de grootte van de Esso X. Men ziet dat een normaal flatgebouw van 4 verdiepingen
nauwelijks het middenschip in beslag neemt en nog onderdeks blijft. In het schip zal bijna 10.000 ton staal worden verwerkt. De Esso
X zal het grootste schip zijn dat ooit boven de Maasbruggen werd gebouwd. De werf zal het medio 1959 opleveren.
Mr. J. Klaasesz.

Wat denkt U ervan?
„Wat denkt U ervan?" vroegen wij aan een aantal employé's in onze maatschappij. „Uit tal van puhiikaties en onze maandelijkse
berichtgeving over het raffinaderijprojrct hebt U in het afgelopen jaar de ontwikkeling van de plannen kunnen volgen. Ongetwijfeld
heeft U over deze plannen en de verwezenlijking van ons grootste project wel eens nagedacht en U er een mening over gevormd.
Welnu, hoe luidt dan die mening?
Wilt U ons in enkele korte zinnen en in niet meer dan 100 woorden Uw gedachten over het raffina-dcrijproject kenbaar maken.
Wij laten U daarbij geheel vrij in welke richting U Uw mening wilt laten gaan. U kunt alle kanten uit: wat frappeert U het meest,
wat denkt U er in het algemeen van, wat verwacht U ervan, wat heeft vooral Uw persoonlijke belangstelling, enz. Kortom: wat
denkt U ervan?"
En zie hier wat zij ervan dachten. Als kanttekeningen vindt U op deze en volgende pagina's de meningen van hen die aan ons ver-
zoek wilden voldoen, waarvoor wij hen onze oprechte dank betuigen.

Van de zijde van de vloot ontvingen wij een reactie van gezagvoerder L. C. L. Theunisse, 46 jaar. Hij schreef:
Het is volgens mij een grote vooruitgang in Maatschappij- en Nationaal belang. Wat mij het meeste frappeert is de bouw van het
kantoorgebouw. Dit is werkelijk af; zonnig en prachtig uitzicht. Het personeel heeft niet 't gevoel op een kantoor te zitten.
w. g. L. C. L. Theunisse
L. C. L. Theunisse

No. 6 - Juni 1958

„De vis wordt duur betaeld - niettan?".

   
Links boven: De visgronden tegemoet in een fikse zuidwester.
Daarnaast : De vleet wordt geschoten, een inspannend karwei dat aller handen vergt.

Gezagvoerder L. C. L. Theunisse, genietend van verlof dat zeelieden met tientallen dagen tegelijk plegen te consumeren, heeft weer
eens bewezen dat het hart van de ware zeeman altijd naar zee trekt, ook als hij met vakantie is. In gewone doen gewend om een schip
van 16.000 DWT onder zijn bevelen te hebben, heeft hij in mei j.l. - puur voor zijn genoegen - zee gekozen als passagier aan boord van
de bruto 219 ton metende Vlaardingen 97. Juist, U heeft het bij het rechte eind; gezagvoerder Theunisse ging mee ter harmg-race; en
behalve het zeemanshart, zal ook het hart van de rechtgeaarde Vlaardinger, dat in hem klopt, daarvoor wel verantwoordelijk zijn ge-
weest. Van zijn belevenissen zond hij ons het volgende logboek in kort bestek:
Op 17 mei 1958 vertrokken wij met de Prinses Juliana (VI. 97) vanuit Vlaardingen; schipper Verschoor. De VI. 97 is in 1916 gebouwd te
Bolnes. Het schip meet bruto 219, netto 183 ton; lengte 37 meter, diepgang 11 meter. Een tweetact motor geeft de Juliana een snelheid
van 8 1/2 mijl. Een bemanning van 16 koppen.
Nadat wij de visgronden op 19 mei hadden bereikt, werd op 57-01 N. en 01-30 O te 16.50 de vleet geschoten. Te 17.20 was de vleet van
60 netten met een totale lengte van ± 1800 meter te water. Wind uit de zuidwest-hoek, windktacht 4.
Op de 20ste mei werd te 01.15, voor de eerste maal in het seizoen, de vleet gehaald. Alle hands aan dek, machinedienst en kokkie incluis.
De gehele bemanning is in touw gedurende het halen, de schipper aan het wiel. Te 02.45 was de vleet thuis. Koffie - „Effe bakkie doen,
niettan ?"
Te 03.15 begon het kaken. Drie kwartier later waren ± 3000 haringen a la Beukelszoon gekaakt, gezouten en gekuipt. Wind ZW 8. En dat
laatste moet U niet verwaarlozen, want het halen van de vleet is met deze windkracht en bij koud weer alles behalve een lolletje.
Die zelfde dag ging de vleet te 16.00 weer te water op 57-03 N. en 01-22 O., waarmede we te 17.00 klaar waren. Windkracht gestegen tot 8/9.
Hetzelfde ritueel als de vorige dagen, hetgeen zich ook de volgende dagen zou herhalen.                           .
Als de reder, die in radiotelefonische verbinding staat met zijn schippers en iedere nacht de resultaten verneemt, de vangst voldoende acht
om op de markt te brengen, komt de jager langszij van de loggers, neemt de haring over en vertrekt hetzij naar Vlaardingen hetzij naar
Jmuiden.
      
Linksboven: De eerste ,,duur betaalde" vis is binnengehaald; onmiddellijk begint hef kaken, zouten en kuipen.
Daarnaast: De jager komt langszij om de eerste kantjes zeebanket over te nemen en er mee naar Vlaardingen of IJmuiden te spoeden.
(Foto's welwillend ter beschikking gesteld door de Haagsche Courant.)

Op 22 mei gingen wij - we waren met 3 passagiers - over op de Bertina (VI. 85); schipper Leen v.d. Harst. Op 57-00 N, en 01-30 O. stapten
we van de ene notedop op de andere. Bij wilde zee! We moesten te IJmuiden lossen; op 23 mei te 13.15 lagen we gemeerd. De haringrace
was voor ons passagiers ten einde en we gingen per trein terug naar Vlaardingen. Ik moet U nog vertellen hoe de mensen op een logger leven.
Na het halen, kaken, zouten en kuipen is iedereen doodmoe; met schubben en al duikt men na gedane arbeid de kooi in. Gelegenheid om
een „bad" te nemen bestaat er eens per week; dat gebeurt dan in de kombuis en met behulp van een emmer. Br is slechts één pompje aan-
wezig voor zoet water.
Men slaapt met acht man in een ruimte van zes vierkante meter. U kunt dus wel nagaan. Maar schaften doet men er goed van; geen hors
d'oeuvres, wél stevige kost. Als 's morgens de zeun met zijn ,,roep-bakkie" komt en het bakkie is „edaen", verschijnt er om acht uur een
schaal met gebakken haring, zo uit zee. Dat moet U proeven, U zou Uw vingers er bij opeten. Ik kan de haringen niet tellen die ik, geduren-
de de tijd aan boord, heb verschalkt. Maar men moet er bij zijn geweest om te weten wat er vooraf gaat aan zo'n maaltijd zeebanket.
Heyermans heeft nog steeds gelijk en daarom tot slot een saluut aan schippers en bemanning van de visserij. „De vis wordt duur betaeld -
niettan?"

Service Buttons.
   
Ditmaal drie plaatjes bij de rubriek Service Buttons en wel omdat de uitreiking een drietal employé's van de vloot betrof, lieden die
men nu eenmaal niet alle dagen voor de lens krijgt. Medio juni kon de heer A. Markusse, manager van het Marine Transportation
Dept., de buttons voor 10 dienstjaren uitreiken aan gezagvoerder L. C. L. Theunisse, 2e werktuigkundige F. J. Louter en 3e werktuig-
kundige A. Pardon. De foto's geven een beeld van deze gebeurtenis; linksboven: de heer Markusse overhandigt de button aan 3e
werktuigkundige Pardon; rechtsboven: gelukwensen aan het adres van gezagvoerder Theunisse; hieronder: v.l.n.r. de heren Pardon,
Theunisse, Markusse en Louter.