Auke Visser´s Esso Belgium Tanker's site     |   home
Esso Brussels (2) - (1967-1973)
Onze Nieuwe Supertanker "Esso Brussels (2)"
Uit : Esso Magazine1959 no. 5

Het vervoer is te allen tijde de grondslag geweest van de ekonomische welvaart van een natie. De handel is niet denkbaar zonder goede en voldoende transportmiddelen.
Eeuwen geleden werden de grote handelsondernemingen uitgebaat door middel van trage karavanen die aan vele gevaren waren blootgesteld. Later, dank zij het immer zoekend brein van de mens, werd de eerste spoorweg gelegd en liep het eerste stoomschip van stapel.

4 mei-1959.
Heden ten dage denken er nog weinig mensen aan deze grote gebeurtenissen en nochtans is het probleem van het vervoer nijpender dan ooit.
Over de ganse wereld is er een merkbare strekking om de goederen en vooral de grondstoffen te vervoeren door snellere, veiligere en talrijkere middelen. Het is een feit dat de uitbreiding van de handel gebonden is aan de wijze waarop de goederen vervoerd worden. In onze tijd waarin de technische evolutie verbijsterend is, moeten wij alle aandacht aan het vervoer besteden. Het is de plicht van elke natie haar nijverheid en ekonomie zo goed mogelijk uit te breiden. De uitwisseling van goederen is een belangrijke faktor voor de ontwikkeling der beschaving. Het is ook daarom dat onze onderneming een grote inspanning doet om haar vervoer over zee te verbeteren en uit te breiden.
Vooraleer uit te weiden over de karakteristieken van onze nieuwe supertanker willen wij eerst spreken over de ontwikkeling van de petroleumvloot in de wereld. Indien wij de tonnemaat van vóór de oorlog vergelijken met de huidige, dan moeten wij vaststellen dat er veel veranderd is. Het is vanaf 1939 dat de petroleumvloot een grote uitbreiding genomen heeft. Toen bedroeg ze 16 miljoen DWT. Van 24 miljoen DWT op het einde van de oorlog steeg ze tot 46 miljoen DWT in 1956 en wordt nu op ongeveer 54 miljoen DWT geschat.

1 Juni-1959.
Hetgeen het meest opvalt in deze evolutie is dat de tonnemaat van de tankers sneller verhoogt dan hun aantal. Het is merkwaardig aan te stippen dat de gemiddelde tonnemaat nu 18.700 t is terwijl die van de supertankers welke nu in aanbouw zijn 33.000 t be-! draagt. Dit is aan te nemen als men weet dat de uitbatingskosten per ton van een supertanker van 40.000 t ongeveer de helft bedragen van die van een tanker van 16.000 t.
Ook heeft onze onderneming, die steeds bekommerd geweest is om haar vloot uit te breiden en te modernizeren, deze evolutie niet uit het oog verloren. Om dit feit te onderlijnen is het misschien niet zonder belang een blik in het verleden te werpen.
Vanaf haar stichting in 1891, toen onze vennootschap nog American Petroleum Company heette, bezat ze drie schepen, namelijk «Le Hainaut» (de eerste Belgische tanker die de haven van Antwerpen aandeed), «La Hes-baye» en «La Campine». Door een weinig later de «La Flandre» aan te kopen werd onze vloot tot op 8.000 t gebracht.
Dank zij de goede gang van zaken kon de vennootschap zich later twee andere schepen aanschaffen: de «American» (4.000 t) en de «Chester» (5.5001). In 1913 bezat onze onderneming 10 schepen en 21 lichters. Na de eerste wereldoorlog bleef er slechts de «American» over.

Let men op de afmetingen van deze schroef dan kan men zich inbeelden hoe moeilijk het is om zulk een gevaarte op zijn plaats ie brengen.

In  1925 werd de  «Motocarline» (12.360 t) te water gelaten en het volgend jaar de «Ampetco» (13.175 t).
De «Esso Belgium» (15.000 t) kwam in januari 1937 in dienst en de «Esso Brussels» (16.6101) in 1947. Nu beschikt onze vennootschap over twee supertankers, de «Esso Belgium» (27.090 t) in 1955 aangekocht, en de «Esso Antwerp» (26.8481) een weinig later op de Cockerill werven te Hoboken van stapel gelopen.
Deze korte uiteenzetting over de uitbreiding van onze vloot zal volstaan om het stijgend belang te doen uitschijnen dat onze vennootschap betoont voor het vervoer over zee. Dit overzicht zou nochtans onvolledig zijn indien wij niet spraken over onze nieuwe supertanker, de «Esso Brussels», waarover wij enkele «algemeen gekende» gegevens zullen «verklappen».

DE BOUW VAN DE ESSO BRUSSELS
Het is te Malmö, een klein rustig stadje in het zuiden van Zweden dat onze laatst geborene, de «Esso Brussels» gebouwd werd. Het ligt niet in onze bedoeling de mooie hoekjes van deze stad te beschrijven daar wij voor het ogenblik meer belang stellen in één speciale bezienswaardigheid van Malmö: de scheepswerven en hun enorme aktiviteit.
Laten wij even de werf bekijken waar ons nieuw schip gebouwd wordt.
De scheepswerven van Kockums, aldus genaamd naar de stichter ervan (F.H. Kockum), hebben een hele geschiedenis. Gesticht in 1840, stond de eerste werkplaats in de stad Malmö. Dertig jaar later werd er een scheepswerf opgericht nabij de haven, daar waar nu de gehele onderneming staat. Kockums bouwt koopvaardijschepen, oorlogsschepen, dieselmotoren, stoomturbines, enz.

1 July-1959.
De werf voert eveneens met zorg de herstelling uit van schepen en motoren. Jaarlijks worden er vrachtschepen gebouwd met een totale tonnemaat van 220.000 DWT. Kockums bezit vijf kaaien voor het afwerken van de schepen en drie grote droogdokken. Er werken dagelijks ongeveer 6.000 man, allen gespecializeerde werklieden.
Nadat wij een korte beschrijving gaven van de plaats waar de zeereuzen gebouwd worden, zouden wij enkele bijzonderheden willenvertellen aangaande onze nieuwe supertanker.
Het schip werd op 27 april 1959 op stapel gezet. Sindsdien rezen talrijke stalen platen en verbazende konstrukties tussen reusachtige stellingen in de lucht en werden door honderden werklieden samengevoegd en aaneengelast.
Zo namen de schotten, de kiel en de dekken, vorm. Het schip liep op 26 oktober 1959 van stapel.
Er zijn voor de lading 33 tanks aan boord, waarvan 11 in het midden en 22 op de zijkanten, met een gezamenlijke inhoud van 56.800 m3. De totale lengte van de supertanker «Esso Brussels» bedraagt 213,2 m, de breedte 29,57 m en de diepgang met volle lading 36,6 voet (± 12 m).
Deze grootse konstruktie zal voortgestuwd worden door een schroef met vijf bladen, die een doorsnede heeft van 6,9 m en 29 t weegt. Zij wordt aangedreven door twee Kockums DE LAVAL hoge druk turbines van 16.500 pk. De gemiddelde snelheid van het schip bedraagt 17 knopen. De stoom wordt voortgebracht door 2 Foster Wheeler stoomketels van het type water-pijpketel, voorzien van een waterver-warmer en luchtverwarmer. De elektrische installatie bestaat uit 2 turbo-alternatoren van 725 k VA ieder, die een wisselstroom van 440 V., 60 Herz opwekken.
De 40.000 t ruwe petroleum welke het schip zal kunnen laden zullen gelost worden door 4 Deutsche Worthingtonturbopompen, die elk een vermogen van 1250 t per uur hebben.

1 Augustus-1959.
Het schip is uitgerust met de meest moderne instrumenten voor de navigatie zoals «true motion radar», log, gyroskopisch kompas met automatische richting, een ultrasonore peiler, een Decca-navigatiesysteem, enz.
Wat de kwartieren van de officieren en de bemanning betreft, mogen wij gerust aannemen dat een zeeman, vijftig jaar geleden, daar nooit had durven over dromen. Nagenoeg alle leden van de bemanning hebben hun eigen kajuit met badkamer ; de eetzalen en de ontspannings-zalen zijn ruim en prachtig ingericht, dit alles air-conditioned. Hoe zou een kapitein van een der eerste stoomboten opgekeken hebben indien men hem voorspeld had dat er in 1960 filmen aan boord zouden afgedraaidworden ? Hij zou ons waarschijnlijk uitgelachen hebben indien wij hem hadden uitgenodigd in het frisse zwembassin van de «Esso Brussels» te komen duiken.

1 Augustus-1959.
Onze nieuwe supertanker heeft het uitzicht van de naoorlogse tankers : een lage kiel met drie bovenbouwen : de voorsteven, het middenschip (waar zich de kommandobrug, de kapiteinskajuit, de kajuiten van de dekofficieren, van de steward en andere komfortabele kamers bevinden) en de achtersteven boven de machinekamer. Daar logeren de officieren-machinisten en de overige leden der bemanning, daar treft men de keuken, de voorraadkamers enz. aan. Op deze achtersteven is tevens de imposante schouw aangebracht die aan het schip een gestroomlijnde vorm geeft.
Bruikbaarheid en mogelijkheden van een tanker van 40.000 ton.
Deze supertanker zal de bevoorrading van onze raffinaderij verzekeren met ruwe petroleum uit het Nabije en het Midden-Oosten en van de Karaïben. Deze kostbare vloeistof zal het mogelijk maken een massa bijprodukten van petroleum voor de Belgische Markt voort te brengen. De «Esso Brussels» zal de naam van onze hoofdstad op de zeeën hoog houden.

1 September-1959.
De maritieme ekonomie vereist meer en meer rationeel vervoer, grote moderne tankers, in een woord tankers met ekonomisch rendement.
Maar kunnen dergelijke grote schepen de haven van Antwerpen binnenvaren? Tot hiertoe is de stroom diep genoeg voor schepen van ongeveer 35.000 t met een maximum diepgang van 35 voet. Maar de «Esso Brussels» met volle lading zal een diepgang hebben van 36,6 voet. De publieke instanties hebben echter de uitdrukkelijke belofte gegeven dat de nodige werkenzullen ondernomen worden om toe te laten dat in 1960 de Antwerpse haven schepen zoukunnen ontvangen met een diepgang van 37 voet. Aldus zal een schip van ongeveer 40.000 t de haven van Antwerpen kunnen aandoen.

7 September-1959.
De verdere plannen der stad Antwerpen behelzen het toegankelijk maken voor schepen tot 50.000 t. De nodige werken zijn voorzien in het tienjaren-plan, waaronder de bouw van een nieuwe zeesluis te Zandvliet en van een zeekanaal naar het Hansadok.
Laten wij de wens uitspreken dat de bevoegde overheid de noodzaak zal inzien om de bevaarbaarheid van de Schelde voor grote eenheden mogelijk te maken opdat Antwerpen een der grootste petroleumhavens der wereld zou blijven. Moge ook Antwerpen een veilige haven zijn voor onze nieuwe «Esso Brussels».
Geen data genoemd.